Daar zit ik, op handen en knieën voor de Hema wc

Hema wc

‘Mijn oppas is ziek,’ mail ik naar een vriendin.
‘Bij de mijne is een agressieve tumor ontdekt. Erg hè?’
‘Ja erg,’ mail ik terug, terwijl ik alvast een ‘nieuw bericht’ open naar een andere vriendin.
‘Mijn oppas is ziek!’ Ik zet er dit keer een uitroepteken bij.
‘Jee wat vervelend. Ik mail je later, moet nu snel naar relatietherapie!!!!’

Voor compassie hoef ik niet bij vriendinnen te zijn, besluit ik. Gelukkig is er één persoon die mij per definitie zielig vindt. Mijn moeder. Naast medelijden biedt ze praktische hulp, zodat ik uiteindelijk slechts één oppasloze dag heb te overbruggen. Dat moet lukken. Het zijn tenslotte mijn eigen kinderen.

Als we wegrijden voor het uitje van de dag – de Hema, altijd gezellig –  heb ik buikpijn. Als we uit de benauwde lift rollen, heb ik hoofdpijn. Als we aan tafel zitten in het restaurant val ik nog net niet flauw.

‘Wat is er?’ vraagt Loes van 4.
‘Mama is een beetje misselijk.’
‘O. Wil je mijn taartje snijden?’
‘Mijn rits zit vast!,’ gilt Rijk van 7 er doorheen.
‘HAP!,’ roept Ties. Ties, mijn oudste, is gehandicapt en zit in een rolstoel.  HAP is het enige woord naast ‘mama’ dat hij feilloos uit kan spreken en in de Hema veelvuldig laat horen.
Hun zinnen komen op mij af als het vervormde stemgeluid van een getuige bij Peter R. De Vries.
‘Heeft u een black out?’ vraagt een mevrouw in een rode Hema polo en een walm saucijzenbrood.

De Hema wc

Niet veel later zit ik op handen en knieën voor de wc ‘De heren wc!’ laat een morsige Hema bejaarde mij weten vanuit de halfopen deur. ‘Wie geeft Ties nou HAP’?’ jammer ik zachtjes. Ik verwacht dat hij elk moment een spastische schreeuw-aanval krijgt. Dat Rijk z’n jas inmiddels aan gort heeft getrokken. En dat Loes door het morsige mannetje is meegelokt naar de speelgoedafdeling.

Niets blijkt minder waar. ‘Uw zoon heeft een glas water gehaald,’ vertelt de medewerkster terwijl ik weer naar de tafel strompel. Loes heeft haar taartje bestekloos naar binnen weten te werken. Ties ziet er niet uit alsof hij gegild heeft. En is hij nou wat aan het kauwen? ‘Ik heb hem gevoerd,’ zegt Rijk trots.

In de geruststellende wetenschap dat ik zelfs met mijn kop in een wc-pot m’n gezin onder controle heb, rij ik naar huis. Daar zwaai ik iets te uitbundig naar de buurvrouw en vliegt mijn sleutelbos uit mijn hand. In de sloot.

Lees ook: over de puberperikelen die ik inmiddels met Rijk heb.

Ben jij zelf ouder van een zorgintensief kind? Sluit je aan bij de Facebook community ‘Wat Niemand Weet’. Met dagelijks verhalen en posts die raken en vermaken. En de mogelijkheid om contact te maken met 15.000 anderen die jouw leven snappen.

 

 

Vorige blog Volgende blog