
Bij ons thuis was vakantie altijd een feest. Maar wel een feest dat we met z’n viertjes vierden. Mijn vader reed ’s avonds zo laat mogelijk onze Simca 1100 de Zuid-Europese boerencamping binnen die we op de bonnefooi aandeden. Liefst parkeerden we waar helemaal niemand stond, maar met name daar waar geen Hollanders te bespeuren waren. Vervolgens zetten we de tent op met de ingang naar de achterkant van het terrein. Als signaal dat er bij ons geen kurkentrekker of kopje suiker te halen viel.
Als er dan toch een landgenoot pal naast ons z’n kamp op waagde te zetten, waren we voor dag en dauw vertrokken. “Wegwezen hier!” besliste mijn vader. Want in de jaren ’70 was je als vader gewoon nog hoofd van het gezin. En we hadden niet voor niets een trekkerstent.
Ik koester dierbare herinneringen aan die vakanties. Vriendjes miste ik totaal niet. Ik had genoeg aan mijn poppen en mijn 2-jaar oudere broer (in die volgorde, dat wel). Op mijn lievelingsfoto zit ik met mijn vader op een rots op Elba, mijlenver verwijderd van andere mensen.
Nog altijd is dat mijn ultieme vakantiedroom. Alleen zijn met de enige mensen die ik 24 uur per dag om me heen verdraag. De meest irritante stipt om 7 uur naar bed en dan met de aller-leukste nog lekker aan de wijn. Uitkijkend over verre velden, luisterend naar de krekels.
Helaas heb je weinig te kiezen als ook maar één gezinslid hulpbehoevend is. ‘Op de bonnefooi’ hoef je niet eens te proberen. Óf je komt terecht in een gehandicaptenkamp met soortgelijke gezinnen. Niet echt ons idee van ‘er lekker even tussenuit’. Of op een gewoon vakantiepark waar het ‘aangepaste’ huisje bij lange na niet aangepast genoeg blijkt en je met een gehandicapt kind al snel de dagelijkse attractie bent.
Na de zoveelste verregende week in een halfslachtig seniorenchalet, was voor ons de maat vol. Googelend op primaire vakantiebehoeften als ’minstens 27 graden’ en ‘douchebrancard’ kwamen we terecht in het Zuidelijkste puntje van Frankrijk. In een huisje met adembenemend uitzicht en vanaf dit jaar zelfs een privé zwembad met tillift.
Volgende week parkeren we onze Chrysler Voyager weer op de oprit van dit gevonden paradijs. De kinderen juichen als ze het zwembad zien. Wij snuiven de geur op van warmte en wijnvelden. En achter ons sluit het automatische tuinhek ons hermetisch af van de buitenwereld.














